Wat heeft waarde?
‘De wereld op zijn kop.’ Zo reageerde een lezer toen ik onlangs in een column me afvroeg of het schoolritme met vakanties, studiedagen en tropenroosters iets meer aan zou kunnen sluiten op de realiteit van werkende ouders. ‘Hyperkapitalistisch’, vond een ander. Nee, dan het echte probleem: de 40-urige werkweek is hopeloos verouderd.
Dat is óók waar. In zijn nieuwste rapport bepleit econoom Thomas Piketty een 25-urige werkweek voor iedereen. Historisch gezien niet heel vreemd: in 1919 was de achturige werkdag in Nederland revolutionair, eerder werkten mensen én kinderen tien tot twaalf uur per dag. De vrije zaterdag kwam pas in 1960. Als we die trend doortrekken, kunnen we in 2100 wereldwijd zo’n 25 uur per week werken, stelt Piketty. Het is een van de vele maatregelen die hij voorstelt om de aarde leefbaar te houden en ongelijkheid tussen arme en rijke landen op te heffen.
Utopisch, onrealistisch en onnodig: de critici buitelden over elkaar heen. Zou het? De plannen zijn tot in detail berekend en op papier haalbaar en betaalbaar. Er ís genoeg welvaart om iedereen een leven boven het bestaansminimum te geven. Als we bereid zijn te herverdelen en de allerrijksten meer betalen, kan 90% van de wereldbevolking dubbel zoveel verdienen terwijl ze de helft minder werken, rekenen de onderzoekers voor. En een wereld waarin genoeg de standaard is, en we níet voortdurend spijkerbroeken, oordopjes en blenders uit China laten bezorgen, klinkt ook best verfrissend.
Ingewikkelder is de vraag hoe je dit in hemelsnaam voor elkaar krijgt. Dat vereist niet alleen enorme politieke wil en internationale samenwerking, maar ook een radicale mindshift in hoe we denken over ‘de economie’.
Piketty betoogt bijvoorbeeld dat de economie veel minder zou moeten leunen op consumptie en vervuilende industrie, en juist fors zou moeten investeren in onderwijs en zorg. Nu gaat 11% van de arbeidsuren wereldwijd naar die sectoren; in zijn scenario wordt dat 43%.
Kán dat wel? NRC-verslaggevers vroegen het hem bezorgd: zijn zorg en onderwijs wel productief genoeg? Die sectoren kósten toch geld, in plaats van dat ze wat opleveren? Nee, antwoordde Piketty: ze hebben intrinsieke waarde. ‘Als de helft van de bevolking onderwijs en zorg levert, en de andere helft voedsel en energie produceert werken ze voor elkaar. De gedachte dat de ene helft de andere betaalt, maar niet andersom, is economisch heel merkwaardig.’
Inderdaad. Ook merkwaardig: dat we plannen waarin niemand meer honger hoeft te lijden en we het klimaat redden, zo radicaal en utopisch vinden.
Verscheen 10 augustus als column in Het Financieele Dagblad.

